Je concurrentieanalyse kan keurig zijn en toch de belangrijkste concurrent missen. Klanten vergelijken jouw aanbod namelijk niet altijd met een soortgelijke aanbieder. Ze kunnen het werk zelf doen, een tijdelijke oplossing kiezen, iemand aannemen of het besluit nog een kwartaal uitstellen. Vooral die laatste optie, niets veranderen, wint vaker dan een concurrent met een beter logo of een lagere prijs.

Wie alleen aanbieders naast elkaar zet, kijkt door de ogen van de markt. Voor een bruikbare positionering moet je door de ogen van de klant kijken. Die probeert geen productcategorie te kopen; die probeert vooruitgang te boeken in een concrete situatie. Pas wanneer je alle routes naar dat doel ziet, begrijp je waar je aanbod werkelijk tegen moet opboksen.

Begin bij het doel van de klant

Formuleer eerst wat iemand probeert te bereiken zonder je eigen oplossing te noemen. Niet: “een projectmanagementpakket aanschaffen”, maar: “voorkomen dat afspraken tussen drie teams zoekraken”. Niet: “een tekstbureau inhuren”, maar: “iedere maand deskundige artikelen publiceren zonder dat de directeur alles zelf schrijft”. Zo ontstaat ruimte voor alternatieven die buiten je productcategorie vallen.

Deze manier van kijken sluit aan bij de werkwijze voor gebruikersonderzoek van GOV.UK: onderzoek wat mensen proberen te doen, hoe zij dat nu doen, welke routes en kanalen zij gebruiken en waar de frustratie ontstaat. Een gebruikersbehoefte beschrijft het probleem, niet alvast de oplossing. Dat principe is net zo bruikbaar voor een commercieel aanbod.

Schrijf het doel als een waarneembare verandering. “Meer grip” is nog te vaag. “Op maandagochtend weten welke drie aanvragen deze week aandacht nodig hebben” is concreet genoeg om alternatieven te herkennen. Je kunt dan vragen hoe iemand dat vandaag oplost en waarom die werkwijze voorlopig goed genoeg voelt.

De vijf alternatieven die op je kaart horen

Gebruik vijf vaste kijkrichtingen als startpunt. Het is geen universele wet en sommige markten kennen extra routes, maar de indeling voorkomt dat je automatisch bij een lijst met merknamen eindigt.

  1. Een andere aanbieder. De bekende vergelijking binnen dezelfde categorie. Let behalve op prijs en functies ook op vertrouwen, overstaphulp, specialisatie en beschikbaarheid.
  2. Zelf doen. De klant gebruikt eigen tijd, bestaande software, een spreadsheet, een handleiding of een collega. De geldprijs lijkt laag, maar tijd, foutkans en afhankelijkheid kunnen oplopen.
  3. Een tijdelijke noodoplossing. Denk aan handmatig kopiëren, een extra controle, een losse freelancer of twee systemen naast elkaar. De oplossing hoeft niet elegant te zijn om aantrekkelijk te blijven.
  4. Iemand aannemen of intern beleggen. In plaats van een dienst of hulpmiddel koopt de organisatie capaciteit en kennis. Dat geeft controle, maar vraagt begeleiding, continuïteit en voldoende werk.
  5. Uitstellen. De bestaande pijn is nog niet groot genoeg, de beslissing heeft geen eigenaar of de verwachte overstapkosten zijn hoger dan de verwachte winst. “Later” is dan de veiligste keuze.

Voeg alleen alternatieven toe waarvoor je aanwijzingen vindt. Een mooie brainstorm is nog geen klantinzicht. De GOV.UK Service Standard benadrukt daarom dat teams aannames moeten toetsen bij echte gebruikers en de volledige context moeten begrijpen, ook buiten het directe contact met de eigen organisatie.

Onderzoek een recente, echte beslissing

Vraag klanten niet welk alternatief zij in de toekomst zouden kiezen. Toekomstvragen leveren vaak keurige, maar onbetrouwbare antwoorden op. Bespreek liever een recent moment waarop het probleem speelde. Wie was erbij? Wat gebeurde er eerst? Welke optie kwam ter sprake? Wat maakte dat de organisatie doorging, een omweg koos of stopte?

Plan gesprekken met verschillende uitkomsten: nieuwe klanten, verloren aanvragen, klanten die lang twijfelden en mensen die uiteindelijk niets kochten. De laatste groep is bijzonder waardevol. Daar ontdek je welke frictie jouw salesproces niet ziet. Gebruik de aanpak uit klein klantonderzoek om gedrag en concrete gebeurtenissen centraal te houden.

Zeven vragen die dicht bij het besluit blijven

  • Wat gebeurde er waardoor je vond dat er iets moest veranderen?
  • Hoe loste je dit daarvoor op?
  • Welke andere routes heb je serieus overwogen?
  • Wat was aantrekkelijk aan iedere route?
  • Waar zag je tegenop bij veranderen?
  • Welk bewijs of welke gebeurtenis gaf de doorslag?
  • Wat had ervoor kunnen zorgen dat je nog langer niets deed?

Vraag door op woorden als makkelijk, duur en betrouwbaar. “Wat maakte dat makkelijk?” levert meer op dan instemmend doorgaan. Noteer zo letterlijk mogelijk welke taal mensen gebruiken. Dat is later bruikbaar voor pagina’s, campagnes en verkoopgesprekken.

Maak van de uitkomsten een alternatievenkaart

Zet niet meteen een ranglijst met winnaars en verliezers op. Maak per alternatief een compacte kaart met zes velden: aanleiding, aantrekkingskracht, verborgen kosten, risico, overstapdrempel en benodigd bewijs. Voeg bij ieder inzicht toe uit welk gesprek of document het komt. Zo blijft zichtbaar wat onderzoek is en wat nog een hypothese is.

AlternatiefWaarom aantrekkelijk?Wat maakt wisselen lastig?Welk bewijs helpt?
Zelf doenDirect beginnen en geen nieuw contractTijdverlies is verspreid en daardoor minder zichtbaarEen eerlijke vergelijking van tijd, onderhoud en foutkans
Tijdelijke oplossingWeinig risico en geen groot besluitDe pijn is vervelend, maar nog beheersbaarEen klein eerste traject met duidelijke grens
UitstellenGeen implementatie of interne discussieUrgentie en eigenaarschap ontbrekenConcrete gevolgen van wachten, zonder opgeblazen angst

De kaart dwingt je om de sterke kant van ieder alternatief serieus te nemen. Een spreadsheet is niet dom; hij is vertrouwd, flexibel en al betaald. Uitstellen is niet lui; het kan rationeel zijn wanneer capaciteit ontbreekt. Je positionering wordt geloofwaardiger wanneer je die voordelen erkent.

Vertaal ieder alternatief naar een andere boodschap

Tegen een directe aanbieder moet je onderscheid aantonen. Tegen zelf doen moet je laten zien welke tijd, kennis of continuïteit nodig is. Tegen een tijdelijke oplossing moet je het omslagpunt verduidelijken waarop de omweg duurder of riskanter wordt. Tegen intern aannemen helpt een eerlijke vergelijking van vaste capaciteit, begeleiding en flexibiliteit. Tegen uitstellen moet je niet harder roepen, maar de aanleiding, gevolgen en eerste veilige stap concreet maken.

Neem deze keuzes mee in een campagnebriefing die grenzen afdwingt. Kies per campagne één belangrijk alternatief en één twijfel die kleiner moet worden. Een uiting die tegelijk goedkoper dan bureaus, makkelijker dan zelf doen en sneller dan aannemen wil bewijzen, wordt meestal algemeen.

De kaart helpt ook bij budgetkeuzes. Wanneer klanten vooral blijven hangen in de bestaande werkwijze, heeft extra bereik misschien minder prioriteit dan demonstratie, overstaphulp of een proefopzet. Het artikel over marketingbudget zonder kanaalreflex biedt een manier om geld eerst aan het gewenste effect te koppelen.

Herhaal de analyse wanneer de situatie verandert

Alternatieven verschuiven. Nieuwe software maakt zelf doen eenvoudiger, personeelsschaarste maakt aannemen moeilijker en economische onzekerheid vergroot de aantrekkingskracht van uitstellen. Noteer daarom een eigenaar en een controledatum. Werk de kaart bij met recente gesprekken, zoekvragen uit klantenservice, verloren offertes en observaties uit onboarding.

Een goede concurrentieanalyse eindigt niet met een raster vol vinkjes. Ze maakt duidelijk welke vooruitgang de klant zoekt, welke routes al beschikbaar zijn en welk bewijs nodig is om van route te veranderen. Soms is je gevaarlijkste concurrent een sterk merk. Vaak is het een oplossing die rommelig maar vertrouwd is, of de gedachte dat morgen vroeg genoeg is.

Bronnen en verder lezen